HISTORIEK

Het verdrag tot oprichting van de Europese Economische Unie getekend te Rome op 25 maart 1957 werd van kracht op 1 januari 1958. De handel en de industrie der plantaardige en dierlijke oliën en vetten in België was toen ondergebracht bij verschillende beroepsverenigingen.

In Antwerpen had men de, sinds 24 augustus 1940 erkende, "B.E.D.O.V.A." (Beroepsvereniging voor de Handel in Plantaardige en Dierlijke Oliën en Vetten, hun Derivaten en Oliehoudende Zaden) en in Brussel bestonden de Beroepsvereniging voor Verwerking van en de Groothandel in Dierlijke en Plantaardige Oliën en Vetten, beter bekend onder de benaming: "Beroepsvereniging van Brussel"; het "V.B.O." (Vereniging van Belgische Oliefabrikanten) en de "B.I.V.A." (Beroepsvereniging van Importeurs, Exporteurs, Agenten en Makelaars van en in Slachtvee, Vlees, bereide Vleessoorten en andere Slachterijproducten).

Een groep Antwerpse firma's gespecialiseerd in de invoer, groothandel en makelarij van vetstoffen en oliehoudende zaden, was gegroepeerd in BEDOVA, met de doelstellingen :
1. het reglementeren van de handel in dierlijke en plantaardige oliën en vetten, hun derivaten en oliehoudende zaden.
2. de beroepsbelangen van haar leden behartigen door de ontwikkeling en de instandhouding van reglementen en gevestigde gebruiken alsook de bestrijding van misbruiken.

Na de oorlog bleven de activiteiten van BEDOVA tot in 1954 beperkt. Toen zij nog slechts een 30-tal leden had, werd besloten de activiteiten weer aan te vatten, wat noodzakelijk geacht werd voor de behartiging van de beroepsbelangen van de BEDOVA-leden. In samenwerking met de V.B.O., B.I.V.A. en de Beroepsvereniging van Brussel, werden contacten gelegd met het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van Buitenlandse Handel, om beter ingelicht en geraadpleegd te worden over elk wetsontwerp met betrekking tot de reglementering der oliën en vetten.

Op de Algemene Vergadering van februari 1955 werd door de Voorzitter, de Heer VEKEMANS, een studie voorgelegd om een nationale groepering te stichten welke BEDOVA en de andere beroepsverenigingen zou groeperen. Dit voorstel werd aanvaard en zo werd BEDOVA de bakermat waaruit de stichting van UCOGRAS tot stand kwam.

De leden van BEDOVA en van de Beroepsvereniging van Brussel beslisten op 5 mei 1958, in een buitengewone algemene vergadering, unaniem tot fusie van hun verenigingen en stichten een beroepsvereniging voor de handel en de industrie in dierlijke en plantaardige oliën en vetten en oliehoudende zaden, genaamd "UCOGRAS". Op 7 april 1959 werd de stichting officieel bekrachtigd door de Raad van State. UCOGRAS telde toen 55 leden. Haar doelstellingen waren de studie, de reglementering, de bescherming en de ontwikkeling van de handels- en industriële activiteiten in dierlijke en plantaardige oliën en vetten en hun bijproducten, alsmede de bescherming van de beroepsbelangen van haar leden.

Kort nadien kwam er onenigheid tussen de leden en besloten de vetsmelters in 1960 hun eigen beroepsvereniging op te richten. In 1963 hadden de meesten UCOGRAS reeds verlaten, waardoor het ledental tot 30 terugviel.

De Europese Gemeenschap werd uitgebouwd en de handel onderging grondige wijzigingen. UCOGRAS had nauwe banden met de beroepsverenigingen van de andere landen van de gemeenschap en werd lid van ANGO (Vereniging voor de handel van oliehoudende zaden, dierlijke en plantaardige oliën en vetten en hun derivaten in de Europese Economische gemeenschap) welke in 1960 gesticht werd. Deze vereniging, die beroepsverenigingen uit 6 lidstaten groepeerde, was als enige erkend als gesprekspartner door de E.E.G.

Desondanks zouden de UCOGRAS activiteiten in de zestiger jaren beperkt blijven en bij de Algemene Vergadering van 1972 werd zelfs gedacht aan ontbinding. Toen nam de Heer A. MALVAROSA de uitdaging aan om UCOGRAS nieuw leven in te blazen. Het ledental dat in 1972 nog slechts 17 was, steeg in 1981 tot 65 leden.

Al bleef UCOGRAS een Belgische beroepsvereniging, zij is thans niet alleen bekend bij haar leden in België en in het buitenland, maar ook bij vele anderen die trouw de "contact dinners" bijwonen welke tweemaal per jaar worden georganiseerd. UCOGRAS is toegetreden met wederzijds lidmaatschap tot andere Europese beroepsverenigingen zoals FOSFA International, NOFOTA en GROFOR. Hierdoor kunnen inlichtingen uitgewisseld worden en kan gestreefd worden naar oplossingen voor gemeenschappelijke problemen.

Doorheen de jaren verminderde, zowel in binnen- als buitenland, het aantal bedrijven in de sector en deed UCOGRAS een beroep op IMEXGRA om samen te werken en het secretariaatswerk waar te nemen. Sinds haar ontstaan heeft UCOGRAS altijd de ambitie gehad mensen samen te brengen. Om een ontmoetingsforum te zijn voor alle intervenanten in "de stiel". De ontmoetingen bij UCOGRAS komen voort uit de betrokkenheid van de leden, en sympathisanten van "het vak", die al meer dan 50 jaar met volgehouden positiviteit t.o.v de stiel zoeken naar samenhang in de diversiteit van de sector.

In de, voor velen onbekende, sector van plantaardige en dierlijke oliën en vetten is er veel interactie tussen de verschillende intervenanten op het vlak van handel, wetgeving, risicobeheer ivm sterk fluctuerende grondstoffen prijzen, vervoer te water- en wegtransport, op- en overslagbedrijven in onze havens, erkende laboratoria, goederen behandelaars, douane declaranten, controle maatschappijen enz.

Ontmoeten is een stap zetten, het is ervaren, het is leren, het is verrijkend en betekent confrontatie, een klankbord hebben, reflectie met gelijkgezinden en zo veel meer. Het is meer dan iemand tegenkomen en het laat sporen na. Al zou men denken dat door technologische vooruitgang "live ontmoetingen" overbodig geworden zijn, toch is de nood aan ontmoeting nog nooit hoog geweest. Door het ontlopen van ontmoetingen geraakten velen, ook in het bedrijfsleven, geïsoleerd.

Maar UCOGRAS leden staan samen sterk!